?

Log in

top10 van 2012

  1. Wrecking Ball – Bruce Springsteen
  2. Octane Twisted – Porcupine Tree
  3. Silver Age – Bob Mould
  4. Life is People – Bill Fay
  5. The Lumineers – The Lumineers
  6. Weather Systems – Anathema
  7. Boys & Girls – Alabama Shakes
  8. On The Impossible Past – The Menzingers
  9. Rise Ye Sunken Ships – We Are Augustines
  10. Channel Orange – Frank Ocean

Runner Up: Heavy Flowers – Blaudzun (omdat Octane Twisted nog niet op Spotify is te vinden, een liedje van Blaudzun in de top10speellijst).

-Wreckingball

Teleurstellers van 2012: Babel – Mumford & Sons, Battle Born – The Killers, Handwritten – The Gaslight Anthem.

En nee, Springsteen haalt niet automatisch de nummer 1-positie bij mij. Dat is geen gegarandeerd plek voor de man. 

Porcupine Tree’s The Incident is een geweldig album en nu hebben ze het in de liveversie uitgebracht en die is net zo mooi. Dus die gaat ook mee in de top10.

Verrassingen dit jaar waren Bob Mould (bij hem halen de Foo Fighters de mosterd vandaan) en The Lumineers uit Colorado (in februari live te zien). En natuurlijk het prachtige Life is People van Bill Fay.

Wederom weinig vrouwen in de lijst. Het wil maar niet lukken.

De gospel van Springsteen

Disclaimer vooraf: dit is een muziekrecensie. n=1. Ik verkondig niet de gospel, niemand kan dat als het om muziekrecensies gaat.

In diverse besprekingen van het album in de media komen de muziekstijlen op Wrecking Ball aan bod. Daar schrijf ik nu niet over, dat laat ik over aan de meer muzikaal onderlegde recensenten.

Laten we positief beginnen. Wat ik tof vind aan Wrecking Ball, en aan de man zelf, is dat Springsteen zich ontwikkelt. Daar waar sommige leeftijdgenoten uitkijken naar hun pensioen, innoveert Springsteen. Met Wrecking Ball laat hij op 62-jarige leeftijd zien nog steeds een van de relevantste artiesten van het westelijk halfrond te zijn.  

Stem
Springsteens stem op Wrecking Ball is niets minder dan geweldig. Ongelofelijk. Wat een stem, wat een stem. Ik houd ontzettend van zijn stemgeluid en op dit album klinkt-ie emotioneel, cynisch, berustend, boos al naar gelang welk nummer je beluistert - maar altijd met gevoel. Mede dankzij producer Ron Aniello die Springsteens stem meer op de voorgrond heeft gezet dan Brendan O’Brien.

(Springsteens albums hebben nooit goed geklonken qua productie. Aniello heeft goed werk verricht, maar ik hoop nog steeds dat ooit een Jack White of Dan Auerbach de uitdaging mag aangaan en Springsteen duidelijk maakt: ‘less is more’. Of T Bone Burnett, de naam die Geert Henderickx in zijn Oor-recensie noemt).

Boos
Ik vind het geen ‘woedend’ album. Het is een boos album, maar geen boosheid à la Rage Against the Machine (off topic: waar zijn de jonge artiesten van nu? Die horen de kar van protest te trekken, niet 62-jarigen). Springsteen werkt nog steeds in de geest van Woody Guthrie, niet zozeer in muzikaal opzicht alswel qua thema. Springsteens historisch besef is een verademing in deze tijden waar context soms niet lijkt te bestaan. Zoals William Faulkner al schreef: ‘The past is never dead. In fact, it’s not even past.’ Of zoals Springsteen zegt: ‘Het is al eens gebeurd, en het zal weer gebeuren.’

Springsteen tijdens het persgebeuren 16 februari in Parijs:

‘Also, those are voices from history and other sides of the grave. If you listen to the record, I use a lot of folk music. There’s some Civil War music. There’s gospel music. There are ’30s horns in Jack of All Trades. That’s the way I used the music — the idea was that the music was going to contextualize historically that this has happened before: it happened in the 1970s, it happened in the ’30s, it happened in the 1800s… it’s cyclical. Over, and over, and over, and over again. So I try to pick up some of the continuity and the historical resonance through the music.’

Springsteen mixt dit besef met de muzikale erfenis waar rock ’n roll schatplichtig aan is. Het beste voorbeeld hiervoor is Rocky Ground, het minst rockachtige nummer op het album. (Lees deze goede analyse van het nummer door Gregg Chadwick).

Teksten
Er is kritiek op de teksten van Wrecking Ball. Ik ga mee in die kritiek. Springsteen schrijft op dit album wel heel ‘groots’, hij gaat over mensen en emoties heen: alles is groot. Drama, plus een schepje er bovenop. Het kleine, het persoonlijke - dat waar Springsteen zo goed in is – is minder aanwezig dan ik graag had gezien. Waar hij over zingt is te groot, te spiritueel van aard en – paradoxaal – daardoor te afstandelijk.

Twee muziekjournalisten van The New York Times leggen de vinger op de zere plek:

Jon Pareles schrijft: ‘One odd thing Springsteen does on this album is to all but set aside one of his major skills: storytelling through a single character or two.’

Jon Caramanica antwoordt daarop:‘You’re totally right about the lack of characters here. (…) He’s picking obvious targets, painting them with wide brushes, then taking cannon shots that can’t miss.’


Het is wel heel dramatisch geworden op Wrecking Ball.

Religie
Het overschot aan drama komt deels voort uit het religieuze karakter van enkele songs. Wrecking Ball is geen religieus album, Springsteen gebruikt religie/spiritualiteit als stijlmiddel. Het zijn middelen die hij al sinds 1978 gebruikt om zijn verhaal te vertellen. Maar dit stijlmiddel is te veel en te vaak op Wrecking Ball gebruikt.

Springsteen heeft zelf regelmatig aangegeven een min of meer ‘lapsed Catholic’ te zijn. ‘It’s given me a very active sense of spiritual life,’ zegt Springsteen over het katholicisme.

Springsteen was naar eigen zeggen bezig met het maken van een gospelalbum (nummers als We Take Care of Our Own, Shackled and Drawn, en Rocky Ground schreef hij in eerste instantie voor dit album), toen hij besloot een andere weg in te slaan, met Wrecking Ball als resultaat.

Of Springsteen in een God gelooft is niet relevant voor zijn werk. In 2002 gaf hij in een interview met dezelfde Jon Pareles aan dat hoop juist in het dagelijks leven is te vinden. Over die hoop zegt hij: 

Muziek ‘has to come to grips with the real horrors that are out there. And that all people have is hope. That's what brings the next day and whatever that day may bring.

‘Hope is grounded in the real world of living, friendship, work, family, Saturday night. And that's where it resides. That's where I always found faith and spirit. I found them down in those things, not some place intangible or some place abstract. And I've really tried to write about that basic idea my whole life.’

En daar wringt mijn kritische schoen. Op Wrecking Ball is Springsteen te ver afgedreven van deze hoop in het dagelijks leven en terechtgekomen in een overkill aan religieuze symboliek.

De dagelijkse gang van zaken komt aan bod in Jack of All Trades, maar op een te platte manier:

I'll mow your lawn, clean the leaves out your drain
I'll mend your roof to keep out the rain
I'll take the work that God provides
I'm a Jack of all trades, honey, we'll be alright


Dit is wel heel makkelijk.

Gemis
Ik mis de karakters uit Springsteens songs die ons al veertig jaar vergezellen. Degenen die in Born to Run nog wilden vluchten, die op The River hunkerden naar een relatie en vastigheid, degenen op Nebraska hun hoop leken te verliezen, die op Tunnel of Love de gebreken in een relatie leerden kennen, die op Human Touch aan kinderen begonnen en die op The Ghost of Tom Joad worstelden met de vragen des leven en economisch moeilijke tijden. Ik vind ze niet terug op Wrecking Ball. Uitzondering is wellicht het karakter in het titelnummer zelf.

Te veel religie, te weinig mensen, zo vat ik het kort samen.

Land of Hope and Dreams
Maar er is een nummer waarin alles in elkaar valt en waar de religieuze toon juist wel heel goed werkt. Dat is het al ruim 12 jaar oude Land of Hope and Dreams.

Springsteen in Parijs over dit nummer: ‘With Land of Hope and Dreams, I needed a song that was very spiritual, because the record moves from guys who are really very angry to guys who are angry but constructive. To me there’s always a spiritual element in that, and a religious element to some degree. Maybe that’s just my Catholic upbringing, but that’s how I write about it. So that song was big enough.’

Land of Hope and Dreams is mijn absolute favoriet op het album. Ik heb hele goede herinneringen aan de shows waar dit nummer werd gespeeld en dat sijpelt door in mijn oordeel, zeker. Maar het is zo’n godvergeten prachtige uitvoering. Misschien moet elk nummer eerst 12 jaar live worden gespeeld wil het in een studioversie op een album verschijnen. Een prachtige, prachtige versie. En de tekst van het nummer komt binnen als een mokerslag (of, zoals je wilt, als een sloopkogel).

Het nummer bevat de boodschap die Springsteen al bijna veertig jaar verkondigt: iedereen is welkom. Nobody wins unless everybody wins.

Big wheels roll through fields
Where sunlight streams
Meet me in a land of hope and dreams
This train
carries saints and sinners
This train
carries losers and winners
This train
carries whores and gamblers
This train
carries lost souls
This train
dreams will not be thwarted
This train
faith will be rewarded

Springsteen heeft het niet over een ‘a city upon a hill’, het christelijke ideaalbeeld waar de Verenigde Staten op gebouwd zijn, maar hij heeft het over Land of Hope and Dreams, het land waar iedereen welkom is. En in deze tijd van een welhaast totaal gepolariseerd land als de Verenigde Staten, is dat de mooiste gospel die je kunt verkondigen.

Mijn topvijf (de twee bonustracks, die ik beide waardeer, reken ik niet mee)
1. Land of Hope and Dreams
2. Shackled and Drawn
3. You've Got It
4. This Depression
5. Rocky Ground

(posting updated 4 maart 10:06)

Top 10 - 2011

Daar gaan we weer. Het jaarlijkse lijstje met de mooiste cd’s. Altijd lastig. De rangorde hangt van de altijd veranderde gemoedstoestand af.
En wat dacht je van niet op tijd de mooie albums ontdekken? Overkomt mij regelmatig. Ontdek ik een droomplaatje, is-ie van het jaar ervoor.
Toch een poging.
1. Foo Fighters – Wasting Light
Een geweldige schoponderjekontplaat. Wat een energie en wat een melodieën. Menno Pot schreef in de Volkskrant dat hij het maar een lelijke schreeuwplaat vond. ‘Vreselijk’, twitterde hij. Hij kan beter voetbalverslaggever worden – soms heeft hij weinig kaas van muziek gegeten.
Humor en rock ’n roll: Foo Fighters krijgen het voor elkaar.
2. Ryan Adams - Ashes & Fire
Adams kan bij mij nooit kwaad doen. Hij maakt van die mooie liedjes. Liedjes met hoofdletter L. Hij woont nu in Los Angeles en probeert aardig over deze stad te zingen, maar je hoort het: het liefst zit hij gewoon weer in New York. En dat zien we toch het liefst.
3. Steven Wilson – Grace for Drowing
Alles wat Steven Wilson maakt is mooi, maar zijn laatste solo-album is er een met een extra ster. Hij verloor zijn vader en de somberte doet zijn werk op het album. 
4. Horrible Crowes – Elsie
5. Jonathan Wilson  Gentle Spirit
6. Wilco – The Whole Love
7. Chuck Ragan -  Covering Ground
8. The Decemberists - The King is Dead
9. Bell X1 – Bloodless Coup
10. Against Me! – White Crosses
Albums die eigenlijk ook in de toptien horen:
Flogging Molly - Speed of Darkness
Fleet Foxes - Helplessness Blues
Other Lives – Tamer Animals
Young The Giant – Young The Giant

Er waren ook teleurstellingen:
Red Hot Chili Peppers - I'm With You en The Jayhawks – Mockingbird Time: te belegen.
Richmond Fontaine - The High Country. Te saai.
The Black Keys - El Camino. Te gladjes, te vol. En het belangrijkste: ik mis de soulinvloeden.
Was ook een beetje teleurgesteld in Eddie Vedders Ukulele songs: redelijk nietszeggend en vlak. Weinig emotie.

Tags:

11 september 2001-2011

Erg mooi gedaan.


Top10 2010


1.The Promise – Bruce Springsteen
2.High Violet – The National
3.The Suburbs – Arcade Fire
4. American Slang – The Gaslight Anthem
5. Lost Recordings – Porcupine Tree
6. Brothers – The Black Keys
7. Letters in the Deep – Cadillac Sky
8. Love it to Life – Jesse Malin & The St. Marks Social
9. Life is a Problem – Marah
10. Wake Up – John Legend & The Roots

Het was een close call tussen The Promise en High Violet moet ik bekennen.
Meestal eindigt een album van Springsteen niet bovenaan mijn eindejaarslijstje en ook dit keer was het bijna niet gelukt. Niet in de laatste plaats vanwege die wonderschone plaat van The National, maar ook omdat er op The Promise een paar minderwaardige songs op staan.

Zoals Someday (We’ll be together). Ik zei onlangs op Twitter dat als John Ewbank dit nummer vertaalt, hij voor een nieuwe nummer 1 voor Marco Borsato zorgt. It’s that bad...

En ook een of twee hedendaagse bewerkingen van oude nummers klinken wel erg Working On A Dream-achtig. Niet mijn meest favoriete Springsteen-album.

Maar, neem het titelnummer: The Promise. In die uitvoering. Die is zo mooi. Of City of Night, of The Way, of Breakaway, of The Little Things (My Baby Does) en Springsteen eindigt nipt bovenaan mijn lijstje voor 2010.

High Violet heeft welhaast een perfecte combinatie van depressieve schoonheid en mooie teksten. De nummers zitten vol met bijzondere tonen. Geniaal.

The Suburbs van Arcade Fire is ook een juweeltje uit het jaar 2010. Toegankelijker en beter dan Neon Bible.

American Slang van The Gaslight Anthem eindigt hoog in mijn lijstje vanwege hun hedendaagse nostalgie. Dit bandje uit New Jersey speelt rock ’n roll zoals romantici dat doen.  Droommuziek.

Lost Recordings van Porcupine Tree is net als The Promise niet echt een nieuw album, maar een verzameling van niet eerder uitgebrachte nummers. Porcupine Tree is de afgelopen jaren terechtgekomen in mijn lijstje van favoriete bands en artiesten en volgens mij zal de band er niet meer uit verdwijnen. Steven Wilson is een muzikaal genie (hoewel hij soms een beetje doorslaat in zijn ideeën over iPods en andere 'nieuwerwetsige' manieren voor het beluisteren van muziek – hij vindt het eigenlijk maar niets).

En dan Brothers van The Black Keys! Ja, die is erg lekker. Het toegankelijkste album van deze twee mannen tot nu toe (en het beste).

Letters in the Deep van (de zwaar religieuze band, dat wel) Cadillac Sky (geproduceerd door Black Keys’ man Dan Auerbach) was ook een juweeltje dit jaar. Traditionele bluegrass, gemixt met moderne invloeden en countrymuziek. Banjos, mandolins en gitaren.

Elk nieuw album van Jesse Malin dient op mijn jaarlijstje te komen. Nu dus ook. Dat geldt ook voor Marah.

Zulke artiesten dienen te allen tijde gesteund te worden.

Laatste album op de lijst is de samenwerking tussen John Legend en The Roots. Een album met covers van bekende en minder bekende soul- en funkprotestliedjes uit de jaren zestig en zeventig.

Eén disclaimer moet ik wel geven, het nieuwe dubbelalbum van Ryan Adams komt in december nog uit. Te laat voor mijn lijstje. Maar hij mag van mij meedoen voor het lijstje van 2011 (beetje smokkelen).

Teleurstelling van het Jaar: Come Around Sundown van Kings of Leon. In 2008 voerde de band nog mijn toptienlijstje aan met Only By Night.

 In 2007 prijkte ze bovenaan met Because of the Times. In 2009 stond The Incident van Porcupine Tree op nummer één.


Katten in de Ikea

Een werkelijk prachtige commercial van Ikea.
 
Hoe verbeeld je ‘thuis’? Nou, voor veel mensen staat een kat voor huiselijkheid en de kat weet zich, als hij/zij op zijn/haar gemak is, prima te nestelen op een bank, tafel, stoel, tapijt.

Ikea liet door Mother London een commercial maken - ‘Herding Cats’- waarin heel veel katten konden rondlopen in de Wembley-vestiging van Ikea.
 
Ik vind hem prachtig.
 



Kijk ook even naar de ‘Making of’. En zie de stoere, witte kat – Buzz - die de microfoon ten zeerste wantrouwt en er een kattennactie op loslaat. De katten zijn des kats en laten zich de wet niet voorschrijven. Dus eentje verdwijnt achter de muur en kan met moeite (er wordt een stuk uit de muur gezaagd) worden teruggehaald, de ander besluit het wel heel hoog op te zoeken.


Tags:

Een laptop uit 1917

Ze zijn er nog, auteurs die ver weg blijven van de computer als ze schrijven. Ze zweren bij een typemachine. Ze zijn een uitstervend ras, niet alleen omdat deze auteurs al op leeftijd zijn, maar ook omdat het eigenlijk onzinnig is.

Hunter S. Thompson schreef tot zijn dood op een typemachine en een van mijn favoriete auteurs, Cormac McCarthy, schreef The Road, No Country For Old Men, The Border Trilogy op een Olivetti-schrijfmachine.

Ik noem het onzinnig omdat je arme boekredacteuren met een hoop werk opzadelt en tikken op een computer zoveel handiger is.

Maar het gaat natuurlijk helemaal niet om functionaliteit en praktisch werken. Dat besef ik me terdege. Het gaat om de band tussen die schrijver en de typemachine.

(Hoewel, McCarthy veilde zijn typemachine, die hij ooit in 1963 had gekocht, voor bijna 255 duizend dollar en kocht vervolgens een zelfde type voor 20 dollar en tikt daar nu verder zijn werk op.)

Het gaat om de symboliek! Ook in 2010. Oude typemachines stralen zoveel schoonheid uit. (Je kunt het vergelijken met een oude Fender. Er zijn tegenwoordige veel betere gitaren te koop, maar elk zichzelf respecterende gitarist dient een oude Fender in zijn bezit te hebben.)

Een ieder met een liefde voor boeken en een wens om te schrijven, heeft in zijn bezit: een typemachine (en een kat).

Als ik een oude typemachine zie, denk ik aan alle woorden die erop zijn getypt. Zijn er brieven op papier getikt, gedichten, liefdesbrieven, romans? Of misschien wel boodschappenlijstjes. In welke taal is er getypt?

Ik wilde zelf dus ook graag een oude typemachine. Het liefst een Remington, dat is de legendarische, zeg maar. Of een Royal.

Ernest Hemingway tikte op een Royal. Als je ooit eens de werkkamer in zijn huis in Key West in Florida binnenwandelt, zie je hem staan, een Royal.

(Het bezoeken van het huis is sowieso een aanrader, vooral voor de meer dan 60 katten met de ‘duimpjes’ aan hun poten. Maar dat terzijde.)

Ik vertelde mijn moeder, met wie ik 30 april door de straatjes in de Jordaan aan het struinen was, dat ik zo graag een oude typemachine wilde. We zagen er die dag vele staan, op kleedjes op de grond. Maar die waren halfoud, zo’n 20, 30 jaar. Elektrische typemachines, je kunt ze je vast wel voor de geest halen. Iets tussen een typemachine en een computertoetsenbord in. Zonder schoonheid, louter functionaliteit. Geen romantiek.

Vijftien meter bij mijn voordeur vandaan stonden twee handelaren die hun spullen aan de voorbijgangers wilden verkopen. Ze hadden twee fietsbakken vol met oud werk.

Ik keek in de ene fietsbak, mijn moeder keek in de andere. ‘Kijk nu eens’, zei ze. Ik keek en zag in de fietsbak een Amerikaanse Corona Portable No.3 (July, 1917) staan. Puntgaaf. Helemaal compleet. In zijn oorspronkelijke koffer. Ik raakte de toetsen aan en de hamertjes: alles zo soepel alsof hij gisteren van de fabrieksband afrolde. Het lint gaf een beetje zwart af.

En de twee mannen wilden hem verkopen. Want daarom stonden ze er. Ik kocht hem en nu heb ik hem. In huis.

Als trotse bezitter zeg ik, ik vind hem veel mooier dan een Remington of een Royal.

(Hemingway had trouwens ook een Corona Portable No.3, maar waar die nu is, dat weet ik niet).

 

 


Zuidwest-Ierland 24-29 maart 2010

Vanaf 1 april gaat het zuidwesten van Ierland open voor de toeristen. Ferries gaan varen, je kunt boottochten maken om walvissen te spotten, musea over emigratie binnen stappen. Voor 1 april is dat nog niet mogelijk.

De laatste week voordat alles in werking treedt rond te rijden en lopen op Beara, Kerry en Dingle, geeft het gevoel alsof je net voor dat de zaal opengaat, jij alvast een goed plekje kunt uitzoeken om de show te aanschouwen.

Het is rustig, stil die laatste week van maart. Soms tellen we drie passerende auto’s in een uur. Tijdens onze wandelingen over heuvels en langs kusten komen we slechts één wandelechtpaar tegen.

Een van het erf losgebroken hond houdt ons 45 minuten gezelschap tijdens een wandeling langs de noordkust van Dingle.

Zijn kapotte ketting ratelt achter hem aan als hij over de weg voor ons uit spurt. Hij rent door de weilanden, op jacht naar al dan niet denkbeeldige konijnen. Als we kust naderen, met grote rotsblokken in het zicht, besluiten hem te bevrijden van de ijzeren ketting. Of hij zijn boerderij nog kan terugvinden, zullen we nooit weten. Maar hij kan in ieder geval niet klem komen te zitten tussen de rotsen.

Als we Eyeries aan de noordkant van de Beara binnenrijden, lijkt de Bed & Breakfast aan het begin van het dorp gesloten. Dat blijkt niet zo te zijn, na in het postkantoor te hebben geïnformeerd. De postkantoordame belt direct naar de Bed & Breakfast en bevestigt: open. Als we er naar toe rijden, doet de Bed & Breakfast-dame direct de deur open: ‘Jullie zijn die van het postkantoor?’ We zijn de enigen in het huis met vele kamers.

Het dorp heeft sinds kort een restaurant, Aunt May’s. We zijn er langsgereden, maar het bordje ‘closed’ hangt voor de ramen. ‘Dat is vreemd’, zegt de eigenaresse van de Bed & Breakfast. Een paar minuten later komt ze terug. Ze heeft het restaurant gebeld. ‘Ze zijn vergeten het bordje om te draaien.’

Als we een half uur later bij het restaurant binnenstappen, zegt het meisje verantwoordelijk voor de bediening: ‘Jullie zijn van de Bed & Breakfast?’

Voor de wandeling die we de volgende ochtend doen, staat 2,5 uur. We doen er langer over. Vier uur. Kijken, teruglopen, foto’s nemen. Er is geen pad waarop je loopt, je opent een hek, die je snel weer achter je dichtdoet, want anders ontsnappen de schapen. Dan wandel je, je zoekt de palen met het gele wandelaarssymbool. Soms verlies je een paal uit het oog, maar al snel heb je het systeem door. Langs de kust, over de heuvels en als de grond aan iemand anders toebehoort als waar je op dat moment op loopt, is er een stalen geelgroene trap om over het scheidingsprikkeldraad heen te komen.

We komen niemand tegen, behalve schapen.

De Ierse kroegen hebben niets gemeen met de kitscherige replica’s die je in inmiddels heel Nederland vindt (je kunt het interieur compleet aanschaffen en het wordt in je lege bedrijfsruimte geplaatst. Daarom lijken alle Nederlandse Ierse kroegen zo op elkaar). De enige overeenkomst is in sommige gevallen de naam, Murphy’s, O’Sullivan’s, Mulligans. De echte Ierse kroeg is of heel sober, alleen hout en afbladderende verf aan de wanden of een verzamelplaats van 50-plus Ieren die ondanks hun dronkenschap jou met een schuin oog in de gaten houden en als je langsloopt hoogstwaarschijnlijk iets charmants zeggen, maar de boodschap gaat verloren in de walm van alcohol en onverstaanbare woorden.

Een kroeg in Killarney heeft een houten tegel boven de bar hangen: ‘When I die, please bury me under the pub. Then I know for sure that my husband will visit me seven times a week’.

Een kroeg in Dingle, naar eigen zeggen de oudste kroeg van het stadje, is volgehangen met knipsels over en foto’s van de eigenaar met al dan niet voor ons bekende mensen. Hij staat meestal glunderend met een arm om de andere gefotografeerde heengeslagen. Hij staat met Norm van Cheers op de foto, maar ook met Jean Kennedy Smith, zus van John, Robert en Ted, VS-ambassadeur in Ierland van 1993 tot 1998. Als we hem even later voorbij zien lopen, zien we tot onze schrik dat hij in 30 jaar (het oudste knipselstukje plus foto die we zien hangen) niet veranderd is…

Ierland is wandelen, met het uur het weer zien veranderen, een wieldop kapotrijden, de bumper er bijna afrijden en hopen dat de autoverhuurmaatschappij het niet ziet, whiskey in de kroeg drinken (en nog één), bijna iedere avond vis eten en overnachten in de Bed & Breakfast's van de aardigste mensen van Europa.

Aanrader.
 

Tags:

1 april 2000

Op 1 april 2000 werd ergens in Noord-Holland een poesje geboren.

Ze was niet gewenst, dus ze kwam in het asiel in Alkmaar terecht.

Toen ze een paar weken oud was, kwam ik een bezoek brengen aan dat asiel in Alkmaar. Ze zat in een hokje en sprong zonder na te denken in de tralies.

Ik was op zoek naar een zwarte, oudere kat en kwam thuis met een klein, mager en druk mormeltje van een kitten.

Ik doopte haar AMillionBucks, omdat ik wilde weten hoe het voelt om een miljoen dollar te bezitten.

Ik bezit dus al 10 jaar lang AMillionBucks! En het is beter dan de biljetten, dat weet ik zeker.




 


Tags:

Profile

cool cat
glorycookie
glorycookie

Latest Month

December 2012
S M T W T F S
      1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031     

Tags

Syndicate

RSS Atom
Powered by LiveJournal.com
Designed by Tiffany Chow